Je weet dat je goed genoeg bent.
Je weet dat je niet altijd alles perfect hoeft te doen. Dat je nee mag zeggen. Dat je niet verantwoordelijk bent voor hoe een ander zich voelt en dat je best voor jezelf mag kiezen.
En toch voelt het soms anders.
Ergens vanbinnen kan een stemmetje blijven zeggen:
Ik ben niet goed genoeg.
Ik moet het eerst verdienen.
Ik mag een ander niet teleurstellen.
Ik moet sterk zijn.
Ik moet het goed doen.
Dat noemen we belemmerende overtuigingen. Overtuigingen die zo vertrouwd kunnen zijn geworden dat je ze niet meer als overtuiging herkent, maar als waarheid.
En juist daardoor kunnen ze ongemerkt invloed hebben op hoe je denkt, voelt en reageert.
Wat is een belemmerende overtuiging?
Een overtuiging is iets wat je over jezelf, anderen of de wereld bent gaan geloven.
Sommige overtuigingen helpen je. Bijvoorbeeld: ik kan op mezelf vertrouwen of ik mag mijn eigen keuzes maken.
Andere overtuigingen kunnen je juist beperken.
Een belemmerende overtuiging kan bijvoorbeeld zijn:
Ik ben niet belangrijk.
Ik moet voor anderen zorgen.
Ik mag geen fouten maken.
Ik moet mezelf bewijzen.
Ik kan het toch niet.
Ik moet me aanpassen om erbij te horen.
Dat betekent niet dat je iedere dag bewust rondloopt met deze gedachten.
Integendeel.
Je kunt met je verstand allang weten dat ze niet kloppen en er tóch automatisch naar handelen.
Een gedachte, overtuiging en patroon zijn niet hetzelfde
Deze begrippen worden nogal eens door elkaar gebruikt, terwijl er wel degelijk verschil tussen zit.
Een gedachte kan opkomen en weer verdwijnen. Je kunt bijvoorbeeld denken: Dat gesprek ging niet zo goed.
Een overtuiging zit een laag dieper. Het is iets wat je bent gaan aannemen als waar, bijvoorbeeld: Ik doe het nooit goed genoeg.
Een patroon is vervolgens een manier van reageren of handelen die steeds terugkomt. Vanuit de overtuiging dat je het niet goed genoeg doet, kun je bijvoorbeeld alles eindeloos controleren, heel hoge eisen aan jezelf stellen of bevestiging bij anderen zoeken.
Een overtuiging hoeft niet de enige reden voor zo’n patroon te zijn. Er kunnen meerdere ervaringen, emoties en omstandigheden meespelen.
Maar een diepgewortelde overtuiging kan een patroon wel steeds opnieuw voeden.
Hoe ontstaat een belemmerende overtuiging?
Overtuigingen kunnen op allerlei momenten in je leven ontstaan.
Soms na één ervaring die veel indruk heeft gemaakt. Vaker ontstaan ze doordat je bepaalde dingen steeds opnieuw ervaart, hoort of concludeert.
Stel dat je als kind vooral waardering kreeg wanneer je iets goed deed. Dat betekent niet automatisch dat je ouders iets verkeerd hebben gedaan. Maar jij kunt daar onbewust wel een conclusie aan verbinden:
Als ik het goed doe, ben ik waardevol.
Of misschien voelde je feilloos aan wanneer er spanning was en leerde je jezelf aan om vooral geen extra problemen te veroorzaken.
Dan kan ergens de overtuiging ontstaan:
Ik moet me aanpassen om de rust te bewaren.
Wat ooit een begrijpelijke conclusie was, kan jaren later nog steeds invloed hebben op je reacties, terwijl de omstandigheden allang veranderd zijn.
Waarom voelt een overtuiging zo waar?
Dit vind ik misschien wel het interessantste aan belemmerende overtuigingen.
Wanneer je jarenlang vanuit een bepaalde overtuiging hebt geleefd, heb je vaak allerlei ervaringen opgedaan die lijken te bevestigen dat die overtuiging klopt.
Als je bijvoorbeeld gelooft dat je anderen niet mag teleurstellen, voelt nee zeggen misschien ongemakkelijk. Je ervaart schuldgevoel en kunt dat gevoel interpreteren als bevestiging: Zie je wel, ik had gewoon ja moeten zeggen.
Terwijl dat ongemak óók kan ontstaan omdat je iets doet wat nieuw voor je is.
Je hoofd zegt misschien:
Ik mag mijn grens aangeven.
Maar iets in jou reageert nog alsof dat spannend of onveilig is.
Daarom kan een overtuiging rationeel allang achterhaald zijn en tegelijkertijd nog heel echt voelen.
Waarom positief denken niet altijd voldoende is
Misschien herken je affirmaties als:
Ik ben goed genoeg.
Ik ben waardevol.
Ik mag voor mezelf kiezen.
Daar is op zichzelf niets mis mee. Een positieve zin kan je helpen om bewust aandacht te geven aan iets wat je wilt ontwikkelen.
Maar wanneer je diep vanbinnen iets anders gelooft, kan alleen de tegenovergestelde zin herhalen soms onvoldoende zijn.
Als je jezelf twintig keer vertelt ‘Ik ben goed genoeg’, terwijl alles in jou reageert met ‘ja hoor…’, dan merk je eigenlijk al dat er meer onder zit.
Voor mij gaat verandering daarom niet over jezelf overtuigen dat je iets anders móét geloven.
Veel interessanter is de vraag:
Waarom ben ik dit ooit gaan geloven?
Wat ligt er onder jouw overtuiging?
Binnen NEI-therapie kunnen we onderzoeken welke emoties en ervaringen mogelijk verbonden zijn geraakt aan een belemmerende overtuiging.
Niet om eindeloos terug te gaan naar het verleden of overal een verklaring voor te moeten vinden.
Wel om zichtbaar te maken wat op een onbewuste laag nog meespeelt.
Soms blijkt een overtuiging samen te hangen met iets wat je zelf hebt meegemaakt. Soms komen er meerdere ervaringen of emoties naar voren. En soms blijkt de oorsprong heel anders te liggen dan je vooraf met je hoofd had bedacht.
Dat is ook waarom ik liever niet voor iemand invul waar een overtuiging vandaan komt.
Twee mensen kunnen allebei denken ‘Ik ben niet goed genoeg’ en toch een heel ander verhaal hebben.
Je hoeft niet alles te geloven wat je ooit bent gaan geloven
Een overtuiging kan jarenlang onderdeel zijn geweest van hoe je naar jezelf kijkt.
Maar dat maakt die overtuiging nog niet automatisch waar.
Wanneer je gaat herkennen welke overtuigingen onder bepaalde reacties of patronen liggen, ontstaat er ruimte om jezelf andere vragen te stellen.
Is dit werkelijk wat ik nu geloof?
Of is dit iets wat ik ooit ben gaan geloven?
Past deze overtuiging nog bij wie ik nu ben?
Je hoeft jezelf daarbij niet te dwingen om ineens compleet anders te denken.
Bewustwording begint soms simpelweg met herkennen:
Hé, daar is hij weer.
En misschien ontstaat juist vanuit dat inzicht steeds meer ruimte om niet langer automatisch vanuit die oude overtuiging te reageren.


